Foto boven: Alpe d'Huez (Frankrijk)

Waar : Bourg d'Oisans,
Bourg-Saint-Maurice

Wie : Leo, John

Gereden : Vanuit : Hoogte :
Alpe d'Huez Bourg d'Oisans 1780 m
Col du Lautaret Bourg d'Oisans 2058 m
Col du Galibier Col du Lautaret 2646 m
Les Deux Alpes Les Clapiers 1644 m
Col de la Croix de Fer Rochetaillee 2068 m
Col du Glandon Rochetaillee 1924 m
Col de l'Iseran Bourg St. Maurice 2770 m
Col de la Madeleine La Chambre 1984 m
Col de Sarenne Les Clapiers 1999 m

Het begon allemaal in 1993 toen fietsmaatje Leo en ik op het idee kwamen om eens kennis te gaan maken met het hooggebergte.
Tot die tijd hielden we ons alleen maar bezig met het fietsen in clubverband, af en toe een keertje naar de heuvels van Limburg, en het rijden van klassiekers als Tilff-Bastogne-Tilff, Waalse Pijl en Gent Wevelgem.
Ook leuk klimmen, maar het kon toch nooit zo moeilijk en lastig zijn als het oprijden van een serieuze berg?

In juni van dat jaar werd het fietsenrek op de witte Mitsibushi Colt gezet van Leo en de fietsen werden flink vastgesnoerd.
Gewapend met een landkaart, een thermoskan koffie, krentebollen en een goed humeur vertrokken we richting de Franse Alpen.
Doel was het dorpje Bourg d'Oisans gelegen aan de voet van de Nederlandse berg, de Alpe d'Huez.

Aangekomen in Bourg d'Oisans zochten we een verblijfplaats en die vonden we ergens boven een winkel.
Gemotiveerd tot op het bot besloten we meteen de Alpe d'Huez op te knallen. Het was inmiddels 16:00 en bloedheet.
Dapper reden we naar de voet en begonnen aan de 21 haarspeldbochten.
Na een aantal bochten was ik Leo kwijt en begon het steeds slechter te krijgen. Ik kwam bijna niet vooruit.
In het dorpje La Garde, net na bocht 17, stop ik en besluit dat het vandaag geen zin heeft.
Vroeg vertrokken, vermoeid en slecht gegeten zijn geen basis voor een fatsoenlijke klim.
In de afdaling kom ik Leo tegen. Die is hartstikke opgelucht en draait ook meteen om.
Beneden zegt hij dat hij al bang was dat hij helemaal omhoog zou moeten. Ook hij is moe en futloos.

Tijdens het avondeten zaten we als 2 aangeslagen boksers de dag te overpeinzen.
Zouden we het klimmen onderschat hebben of zou het allemaal nog goed komen?

18 juni 1993

Aangekomen in Bourg d'Oisans zochten we een verblijfplaats en die vonden we ergens boven een winkel.
Gemotiveerd tot op het bot besloten we meteen de Alpe d'Huez op te knallen. Het was inmiddels 16:00 en bloedheet.
Dapper reden we naar de voet en begonnen aan de 21 haarspeldbochten.
Na een aantal bochten was ik Leo kwijt en begon het steeds slechter te krijgen. Ik kwam bijna niet vooruit.
In het dorpje La Garde, net na bocht 17, stop ik en besluit dat het vandaag geen zin heeft.
Vroeg vertrokken, vermoeid en slecht gegeten zijn geen basis voor een fatsoenlijke klim.
In de afdaling kom ik Leo tegen. Die is hartstikke opgelucht en draait ook meteen om.
Beneden zegt hij dat hij al bang was dat hij helemaal omhoog zou moeten. Ook hij is moe en futloos.

Tijdens het avondeten zaten we als 2 aangeslagen boksers de dag te overpeinzen.
Zouden we het klimmen onderschat hebben of zou het allemaal nog goed komen?

19 juni 1993

Vandaag reden we inderdaad gewoon naar het skioord Alpe d'Huez.
We genieten van de beklimming, tellen de bochten en komen trots, met kippevel op de armen, boven op de top.
Wel moesten we nog even zoeken naar de officiële finish, daar waar de Tour de France altijd finisht.

Die avond zaten we iets beter in ons vel en konden we genieten, onder het genot van een lekker biertje op een lokaal terras, van onze eerste serieuze col.
Dit was tevens het begin van een verslaving en talloze andere fietsavonturen.

 
Leo op Alpe d'Huez Leo en John op Alpe d'Huez.  

20 juni 1993

Vandaag gaan we voor onze eerste 2000+ col, de befaamde Col du Galibier.
Op de kaart werden we afgeschrikt door de tunnels op de Col du Lautaret en we besloten de auto te pakken en op te stappen na de tunnels.
Dit betekende dat er eerst een stuk Lautaret gefietst moest worden. Deze brede weg loopt lekker en is geen enkel probleem.
Boven op de Lautaret (2058 m) is het nog 9 km naar de top van de Galibier.

Het eerste stuk loopt nog makkelijk, maar dan is het uit met de pret.
Wij maakten kennis met het begrip "ijle lucht" en happen naar adem op de steile stukken van soms meer dan 10%.
Overal lag sneeuw en langs de weg waren we omringd met aan de ene kant sneeuwwallen en aan de andere kant diepe ravijnen.
Op een kilometer onder de top zagen we het monument voor Henri Desgranges, de oprichter van de Tour de France.
De laatste kilometer was verschrikkelijk steil en puffend kwamen we boven op 2640 m. Nooit was ik hoger dan hier.
Daar was het genieten van het immense uitzicht.

 
Langs de sneeuwwallen. Leo en John op de Galibier.  

21 juni 1993

Na zo'n prachtige ervaring gisteren was het nu de beurt aan de klim naar het ijzeren kruis, de Col de la Croix de Fer.
Ook dit is een col van boven de 2000 meter en het grafiekje in mijn "Atlas des Cols des Alpes" gaf een aantal venijnige passages aan.
De klim begint eigenlijk al bij het stuwmeer net na het plaatsje Allemond.
Over het brugje en dan flink omhoog totdat je na zo'n 5 km het plaatsje Rivier d'Allemond bereikt.
Hier vlakt het af. Dat is echter maar van tijdelijke aard.
Een aardverschuiving heeft de oude weg volledig doen verdwijnen en daar heeft men een oplossing voor gevonden.
Je maakt gewoon een lusje via een andere bergwand en zo kort mogelijk.
Dat noemt mee een "cascade" en dat gaat dik boven de 10%.

Na deze cascade is het een lekkere gelijkmatige klim rond de 6-7 %.
De Alpenweides zijn fraai groen en je kunt ver naar boven kijken.
Op 2 km onder de top is de afslag naar de Col du Glandon.
Op de top van de Col de la Croix de Fer staat inderdaad een ijzeren kruis en je kunt er wat eten en drinken in het bergrestaurant.

Deze col is tot op heden een van mijn favorieten. Ligt me gewoon goed.

23 juni 1993

Na een rustdag in Chamonix met een bezoek aan de Mont Blanc, waar je met een gondel tot 3842 meter kan komen, vertrokken we naar ander plaats Bourg St. Maurice om vanuit daar wat andere cols te beklimmen.
Als eerste stond de Col de l'Iseran op het programma.
De hoogte van deze col boezemt al meteen het nodige ontzag in. Maar liefst 2770 meter hoog.
Via het bekende skidorp Val d'Isere loopt deze klim omhoog door een overweldigend landschap met immense sneeuwwallen en prachtige groene Alpenweides.
Na het aanhoren van mijn eigen gehijg door de ijle lucht kom ik tevreden boven op 2770 meter.
Alweer een nieuwe mijlpaal.

Leo en John op de Iseran. Leo tussen de sneeuwwallen. John tussen de sneeuwwallen.

24 juni 1993

Als toetje van deze week hadden we de Col de la Madeleine in het vizier.
Dit was inderdaad een serieuze klus. De hoogte van 1984 meter doet niet vermoeden dat deze col zo zwaar is.
Onderweg wil een wat oudere vrouw in een auto met NL kenteken dat ik even stop.
Ze vraagt enthousiast of ik Erik Breukink ben. Ik doe alsof ik gek ben en dat gaat me redelijk goed af. :)
Waarschijnlijk heeft ze haar hele familie in geuren en kleuren verteld dat ze Erik Breukink heeft gezien.

Boven geniet ik samen met Leo van de prestatie.
We weten een onbekende man te strikken om wat foto's van ons samen te schieten.

 
Zij aan zij over de streep. Leo en John op de Madeleine.