Informatie

De meeste informatie op deze site is uit eigen ervaringen en bevindingen. De foto’s zijn allemaal zelf gemaakt.

Hierbij heb ik hulp gekregen van Henkapie en Daniël, die de laatste jaren ook flink wat foto’s hebben geschoten.

De grafieken zijn van cyclingcols.com en climbfinder.com.

Wij horen graag als dingen onjuist zijn op onze website. Ook staan wij open voor tips en suggesties.

email: info@klimgeiten.nl

Waar

Vlag van Frankrijk

Vaison-la-Romaine

Wanneer

maandag 4 juni t/m zaterdag 9 juni 2001

Wie

Leo, Bertus, Fekko, Evert, Hans B., Anton, Hans D., Bert L., John

Beklimming Vanuit Hoogte
Mont Ventoux (2×) Sault 1912 m
Mont Ventoux (2×) Bédoin 1912 m

In 2001 hadden Leo en John een reis naar de Mont Ventoux geregeld voor de VOEK-leden.
Leo en John waren al een paar dagen eerder gegaan om de boel al te verkennen.
Uitvalsbasis was hotel “Le Logis du Chateau” in het plaatsje Vaison-la-Romaine.

De eerste dag gingen Leo en John meteen al de klassieke beklimming doen, die vanaf het dorp Bédoin.
Het was voor hen de eerste kennismaking met de Mont Ventoux.
Veel over gehoord en veel over gelezen, maar nog nooit aan de lijve ondervonden.

Onder een warm zonnetje beklommen zij de Mont Ventoux.
De verhalen zijn allemaal waar. Het is een enorme klus om deze reus te bedwingen.

De volgende dag werd de beklimming vanaf Sault gedaan.
De klim is niet zwaar, maar het is gewoon een heel eind rijden van Vaison-la-Romaine tot Sault.

Mont Ventoux.
Mont Ventoux.
Mont Ventoux.

Rond de klok van 08:00 arriveert de bus bij het hotel in Vaison-la-Romaine. De mensen in de bus kijken vermoeid door de ramen.
Een enkeling gaapt, een ander oogt geschrokken van de steile klim naar de ingang van het hotel. Weer een ander lacht en zo zie ik vele bekende gezichten. Als de bus stopt is iedereen er verbazingswekkend snel uit. De kleppen van de bus gaan open en de fietsen worden uit de kar gehaald. Sommigen willen even liggen en een aantal fanatiekelingen, die de busreis blijkbaar goed hebben verteerd, willen direct op de fiets springen.
Dan komt de teleurstellende mededeling dat enkele kamers nog niet klaar zijn. Degenen die geluk hebben sperren met de bagage naar hun kamers, de anderen beginnen aan een drankje of een bak koffie.

Om 10.00 uur heeft iedereen een sleutel en er wordt besloten om 11.00 te gaan fietsen. De recreanten ogen gretig en vertrekken als eerste, direct daarna gaan ook de toerfietsers op pad. Een aantal toerfietsers gaat direct via Sault de Ventoux op en komen veelal geschrokken terug in het hotel.
De verhalen blijken waar te zijn; het is een verschrikkelijke klim!

Voor het diner van 19.00 uur is iedereen bezig met uitpakken, aanpassen van het verzet of andere verwante zaken.
Voor het diner neemt Hans, le president de société de cycliste de VOEK, het woord en wenst iedereen een prettige week toe.
Tijdens het diner neemt een andere Hans, jawel er zijn er ditmaal maar liefst drie, het woord namens de “doktoren”.

Zij (Hans, Hans en Bert) stellen iedere dag een dagprijs beschikbaar voor personen die iets bijzonders of opvallends doen.
De eerste dagprijs is voor onze voorzitter en er zijn T-shirts voor de organisatie.
Leo, Andries en Tineke worden in een “Ventoux-shirt” gehesen, zodat ze de gehele week herkenbaar zijn voor de groep.

Deze dag zou de geschiedenis ingaan als een memorabele dag. Een dag van afzien, dramatiek, kramp, emotie, prestatie en doorzettingsvermogen.
Om 09.30 worden er voor het vertrek groepsfoto’s genomen en dat zorgt ervoor dat de stemming er meteen al inzit. Iedereen wil grappig zijn, maar volgens mij zijn het voornamelijk zenuwen die men door middel van een grap probeert te verbergen.
Na de foto’s vertrekt iedereen in verschillende groepen. Ik sluit mij aan bij de “doktoren” die verrassend goed de weg weten in deze prachtige omgeving.
Via wat korte klimmetjes en schitterende wegen bereiken we het dorpje Sault, waar een korte pauze wordt ingelast. Hier splitst de groep in een groepje dat via een kloof “Gorges de Nesque” gaat en een groepje dat de beklimming van de Mont Ventoux gaat doen.
Ik kies voor de Ventoux en rij via een prachtige en niet al te steile klim naar de top. Onderweg passeer ik Rina en boven tref ik Tineke aan.
Als ook Rina boven is vertellen ze dat ze verkeerd zijn gereden en via Bédoin naar boven zijn geklommen. Ik geloof er geen barst van en denk dat ze me in de maling nemen. Na een aantal minuten hebben ze me overtuigd en ik spreek mijn bewondering uit over deze uitzonderlijke prestatie.

Intussen informeer ik wie er allemaal onderweg zijn en het blijkt dat er wel 25 op de berg aan het klimmen zijn.
De renners druppelen binnen en de verhalen worden steeds spannender. Er blijkt sprake te zijn van een enorme veldslag. Mensen zitten met kramp langs de weg, lopen, of zijn nog helemaal niet gezien. Wie zit er bij wie en waar zijn ze?
Ik besluit een stukje af te dalen en tref een aantal moegestreden renners die te voet zijn gesteld.
Ik praat er een aantal op de fiets, maar het beste is er echt vanaf.
Ik ga terug naar boven waar nog steeds druk overleg wordt gevoerd tussen de mensen die boven zijn gekomen.
Na overleg met de anderen besluit ik met een aantal af te dalen naar Malaucène en naar het hotel terug te gaan om de pastamaaltijd wat uit te stellen.

Bij het hotel druppelen de groepjes binnen en de verhalen zijn niet van de lucht. Rond de klok van zes uur komt Fekko binnen.
Ik vang hem op en constateer dat hij compleet kapot zit. Overal kramp en met veel moeite vertelt hij zijn belevenissen. Hij is inderdaad boven geweest en is totaal over zijn limiet gegaan. Het is niet verstandig, maar ik denk dat ik hetzelfde zou hebben gedaan. Inmiddels komen anderen ook informeren naar Fekko en hij wordt naar zijn kamer geholpen.
Nog steeds is niet iedereen binnen. Het groepje van Andries is nog niet gezien en net als ik mij zorgen begin te maken komen ze om 18:45 binnen.
Ze krijgen een terecht applaus van alle aanwezigen op het terras. Het diner wordt verschoven naar 19:30.

Bij het diner zie ik Fekko weer en hij ziet er uitgewoond uit.
Tot overmaat van ramp, maar zeker niet zo bedoeld, krijgt hij de dagprijs aangeboden door Bert. Fekko neemt de prijs in ontvangst en weet met een leuke opmerking de lachers op zijn hand te krijgen.
Het was een memorabele dag die door velen vroeg, met de olie van Ton (tegenwoordig Tonkov) op de benen, werd afgesloten.

Tijdens het heerlijke ontbijt ontstaat er een discussie wat we vandaag gaan doen. Gaan vanaf Bédoin de meest steile kant van de Ventoux op of gaan we wat anders doen? Velen zien de beklimming nog niet zitten, maar de “doktoren” weten een deel van de groep om te praten toch te gaan. Ik sluit me bij hen aan, hoewel ik niet onder de indruk ben van de argumenten.
We rijden met een groep van zo’n 25 renners naar Bédoin en zetten ons bij de fontein. De bidons worden gevuld en de zenuwen gieren me al door de keel.
Ik ben immers dinsdag al boven geweest vanaf deze kant en ben toen volledig door het lint gegaan.
Er wordt nog wat geplast en dan gaat het gebeuren.

We passeren de streep en de tellers worden allemaal op nul gezet. Er vormen zich op het eerste deel al snel verschillende groepjes. Ik zit bij een groepje dat rustig wil beginnen en dat lijkt me gezien de vorige ervaring een goed plan.
Na het dorp St. Esteve rijden we “het bos” in, waar de weg verschrikkelijk omhoog loopt. Om me heen een hoop geschakel en geknars van kettingen die naar het grootste achtertandwiel willen. Het groepje valt vrij wel meteen uit elkaar en het is ieder voor zich. Het klimmen gaat me vandaag toch nog redelijk af en nog in het bos haal ik Bert in, die in Bédoin snel gestart was met de eerste groep.
Vlak voor het Chalet Reynard krijg ik Aalt in zicht, die ook nog met een “goeie snit” naar boven rijdt.
Op zo’n 2 kilometer van de top kom ik in zijn wiel en rijden we samen naar de top.
Wel waaien we nog bijna van de fiets als we laatste hupje nemen naar de top.

Boven is het koud en ik kruip het winkeltje in om wat op te warmen. Daar tref ik de hele familie Doornekamp en Hans van Dalen.
Als ook Leo boven is besluit ik af te dalen naar Malaucène, omdat ik sta te vernikkelen van de kou.
Ik heb geen windjackje meegenomen en stop een stuk krant onder mijn shirt voor de afdaling.
Er staat in de afdaling vreselijk veel wind en voel de kramp overal opkomen. Onderweg stop ik twee keer om wat bij te komen. Uiteindelijk kom ik beneden waar we met zo’n 10 man een terras opzoeken.
Bertus arriveert ook en heeft op zijn armen en benen het behang eraf liggen. Hij is door de Mistral in de afdaling van zijn fiets geblazen en hard gevallen. Gelukkig zijn het alleen maar schaafwonden en is er niets gebroken.

Tijdens het diner neemt Hans (Bakker) het woord om de laatste dagprijzen uit te delen. Natuurlijk gaat de dagprijs naar de recreanten Auke en Tineke Nonkes, die op de “gewone” fiets naar de top van de Ventoux zijn gereden via de lastige klim vanuit Malaucène. Ze krijgen een terecht applaus.
Ik krijg een extra ingelaste dagprijs voor mijn werkzaamheden aan de kapotte fietsen. Na ontvangst neem ik zelf het woord om twee extra prijzen uit te reiken.
Marcel krijgt de prijs, in de vorm van een steen die bij de top is meegenomen, voor de snelste tijd van Bédoin naar de top van de Mont Ventoux. Hij had slechts 1 uur en 28 minuten nodig.
De andere prijs was voor de snelste daler. Peter wist een snelheid van 90 km/u te bereiken tijdens de afdaling van de Ventoux. Daarmee was hij Gijs, die toch ook een rappe daler is, net te snel af. Peter krijgt ook een steen, die is meegenomen van de plek waar hij naar beneden viel, want anders kun je zo’n snelheid niet noemen.

Helaas alweer de laatste dag. Het is ietwat bewolkt, maar er gaat gefietst worden.
Wederom vertrekt men in diverse groepen en ze gaan werkelijk alle kanten op. Opmerkelijk is dat het groepje waarin ik terecht kom wederom uit dezelfde mensen bestaat als gisteren. Via allemaal leuke klimmetjes, sommige toch best lastig, rijden we ontspannen door de Provence. Iedereen zit met zere, vermoeide benen en we pikken onderweg nog even een heerlijk terras.

Als we door Malaucène komen is het nog 8 kilometer naar Vaison-la-Romaine en een aantal willen toch nog wat proberen. Er wordt gedemarreerd en hard gereden wat eindigt in een zinderende finale.
Voldaan en helemaal in het zuur komen we terug bij het hotel.
Bij het zwembad wordt wat gedronken als Rinco komt aangereden. Er wordt geroepen om het water in te rijden, wat hij vanzelfsprekend niet doet.
Voor een duik met kleren aan is hij wel te porren en tot tweemaal toe, bij de eerste keer was het fototoestel nog niet klaar, duikt hij spectaculair in het water. Als hij ooit stopt met fietsen, ligt een carrière als schoonspringer voor hem in het verschiet.

Om 16:00 nog een laatste keer aan de pasta en daarna is het tijd om alles in te pakken en naar huis te gaan.
Ik denk dat we al met al kunnen terugkijken op een heerlijke week waarin we veel mooi weer, een goed verblijf en een fantastische groep hadden.
Sport verbroedert en dat was en is nog steeds het geval.